DRPP
Klein maar zonder grenzen

DE BEWIJSVOERING.

Ingevolge de wet van 13 april 2019 gelden vanaf 1.11. 2020 de volgende bewijsregels.

In gevolge de wet van 13 april 2019 zal vanaf 1 november 2020 het bewijsrecht een grondige aanpassing ondergaan.


De hoofdlijnen ervan zijn de volgende:

  • Er zal kunnen bewezen worden op alle mogelijke manieren (dus vrij bewijs (sms’en, mails, getuigen, vermoedens, etc.)) wanneer de rechtshandeling (de inzet) onder € 3.500,00 ligt (voorheen € 375,00);

  • Er zal ook vrij kunnen bewezen worden voor eenzijdige rechtshandelingen, wat ook de waarde ervan is, maar dit geldt niet voor een verbintenis tot betaling (bv.: een tekst met verbintenis tot betaling; dit moet eigenhandig geschreven zijn en de bedragen en hoeveelheden moeten voluit geschreven zijn);

  • Tussen ondernemingen of voor een particulier t.a.v. een onderneming wordt het bewijs ook vrij geleverd, zelfs boven een bedrag van € 3.500,00. Dus een particulier kan tegen een onderneming beter bewijs leveren dan een onderneming tegenover een particulier;

  • Een door een onderneming niet betwiste factuur ( of het nu gaat over een verkoop, vervoer of alle mogelijke diensten ) leidt tot het vermoeden van juistheid. Er kan wel altijd tegenbewijs geleverd worden;

  • Wanneer een factuur door een particulier niet geprotesteerd wordt, geldt dit slechts als een feitelijk vermoeden van juistheid;

  • Indien de normale bewijslastregels (zie hierboven) onredelijk zouden zijn, kan de rechter mits grondige motivering, bepalen wie de bewijslast draagt en nadat hij gecontroleerd heeft dat de partijen meewerken aan de bewijsvoering en dan vaststelt dat hiermee nog geen voldoende bewijs geleverd is;

  • Enkel aangevoerde betwiste feiten en rechtshandelingen moeten bewezen worden en niet de algemene bekende feiten;

       *Voor een negatief bewijs kan het aantonen van de waarschijnlijkheid van het feit al volstaan als alle partijen aan de bewijsvoering hebben meegewerkt. Ook bij positieve feiten kan het aantonen van de waarschijnlijkheid volstaan, wanneer door de aard van het bewijs der feiten het niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te

         vragen  (bv.: in speciale relatie (bv.: tussen familieleden waar het niet gangbaar is om schriftelijke bewijzen te gebruiken

26 juli 2019 16:49