DRPP
Klein maar zonder grenzen

HET NIEUW HUWELIJKSVERMOGENSRECHT IN WERKING VANAF 1 SEPTEMBER 2018

Niet het volledige systeem wordt gewijzigd doch wel enkele afzonderlijke regelingen ervan.

  1. Bij een stief-ouderlijke relatie: Ten vroegste zes weken voor het overlijden kan het huwelijkscontract nog gewijzigd worden en de langstlevende afstand zou doen van haar erfrecht (het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel). Dit zal in de praktijk enkel maar zal gebeuren wanneer deze hetzij een som geld hetzij bepaalde goederen voor de eigendom verwerft ( vaak problemen bij nieuw huwelijk met merkelijk jongere partner ).

  1. Ook bij een contract van scheiding van goederen kunnen de echtgenoten vragen dat de gezinswoning aan hem/haar zou kunnen worden toegekend in functie van de gezinsbelangen of omwille van professionele redenen of wanneer de echtgenoot het slachtoffer is van geweld door de andere echtgenoot gepleegd.

  1. Wie bij de verdeling na echtscheiding informatie verzwijgt of valse verklaringen aflegt, kan ook schuldig bevonden worden aan burgerlijke heling en waardoor hij zijn aandeel in deze goederen kan verliezen.

  1. Versterkte professionele autonomie. Elke echtgenoot moet dus zijn inkomsten bij voorrang besteden aan de gezinslasten, maar het overschot mag hij dus gebruiken om professionele goederen aan te kopen. Er is nu ook voorzien dat de professionele uitrusting die verworven wordt, niet valt in de gemeenschap maar toekomt aan het persoonlijk vermogen van de betrokkene.

    Dit geeft dan aanleiding tot vergoeding die overigens overeenstemt met de waarde op het tijdstip van de ontbinding van het stelsel (dus niet op het ogenblik van de verdeling wat normaal de regel is).
  1. Binnen het huwelijk wordt ook vaak gewerkt met vennootschappen. Wanneer de aandelen maar tot stand zijn gekomen tijdens het huwelijk leidt dit tot geen probleem, vermits de eventuele stijging van de waarde ervan ook in de gemeenschap valt. Betreffen het evenwel aandelen van voor het huwelijk of die geschonken werden aan 1 van de echtgenoten, kon dit vroeger aanleiding geven tot scheeftrekkingen. De betrokken echtgenoot voorziet bijvoorbeeld dat de winsten gereserveerd zouden worden of gekapitaliseerd worden in de vennootschap en hij/zij aan zichzelf maar een minimaal loon/vergoeding zou toekennen. De vennootschap wordt rijker, en zijn aandelen groeien in waarde.

    Nu is er een regeling voorzien waarbij diezelfde echtgenoot aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding moet betalen, die overeenstemt met de netto-beroepsinkomsten die men had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend. Het is dan aan de beweerde onderbetaalde echtgenoot om aan te tonen dat daar motieven toe waren zoals bedrijfs- of conjunctuurredenen, economische of concurrentie gebonden redenen, of het verwerken van zware verliezen of het opbouwen van reserves voor investeringen om concurrentieel te blijven, etc.
  1. Bij levensverzekeringen wordt nu het onderscheid gemaakt naargelang het verzekeringscontract gesloten is ten voordele van de mede-echtgenoot of ten voordele van zichzelf (dus bij het overlijden van de andere echtgenoot). In dit laatste geval is er wel een vergoeding verschuldigd.

  1. Thans is het ook mogelijk voor een ongehuwd koppel, dat een onroerend goed aankoopt om op dat ogenblik al in de aankoopakte te laten vermelden dat het hun wens is om dit later wanneer zij zouden huwen in de gemeenschap te brengen ( vermijdt het laten opmaken van een latere akte van inbreng in een huwelijkscontract ).

  1. Indien thans gekozen wordt voor een stelsel van scheiding van goederen (en thans wordt hiermee bedoeld na 1 september 2018) wordt nu meer dan vroeger de aandacht gevestigd op de corrigerende clausules die ingelast kunnen worden in een contract van scheiding van goederen. Bij een contract van scheiding van goederen beschikt immers elke partner maar over de inkomsten die hijzelf verwerft en kan de andere echtgenoot er geen aanspraak op maken. In de praktijk wanneer liefde verenigt, gebeuren vaak verschuivingen en daarom wordt  aangeraden om een verrekenbeding hierin op te nemen waarbij dan alle mogelijke veronderstellingen kunnen worden voorzien (vb. er wordt verondersteld dat bij ontbinding van het huwelijk alles verrekend is; of het beding van verrekening van aanwinsten, zie hierna).

Dit bestond vroeger wel, doch de notaris zal thans hier veel meer aandacht aan besteden.


Wel nieuw is de regeling in art. 1469 § 2 B.W. dat voorziet dat de echtgenoten, die het beding van verrekening van aanwinsten in het huwelijkscontract hebben opgenomen, geacht worden bij de ontbinding een verrekening te laten doen op basis van de vergelijking tussen eindvermogen en het aanvangsvermogen.

Bijvoorbeeld: De man huwt en beschikt over € 10.000,00 en heeft bij echtscheiding (of overlijden) een eindvermogen van € 600.000,00 dus heeft een vermogenstoename van € 590.000,00. De echtgenote vat met een aanvangsvermogen aan van € 20.000,00 en heeft een eindvermogen van € 200.000,00, er is dus een vermogenstoename. van € 180.000,00. Het verschil tussen beiden is € 410.000,00 ( 590.000€ - 180.000€ ).. De man zal dan moeten afstaan het verschil of € 205.000..

Ook zal bij het opmaken van zo’n contract van scheiding van goederen, de notaris verplicht zijn, de echtgenoten erop te wijzen op de regel van billijkheidscorrectie. 

Dit is dus vooral het geval indien bijvoorbeeld door externe omstandigheden (bijvoorbeeld ziekte of een andere gezinssituatie) de toestand dus veel slechter wordt dan voorzien ingeschat.

Aan diegene die dan niet vermogend is kan dan een tegemoetkoming worden toegekend van het vermogen van de andere echtgenoot met een maximum van 1/3.

Er moet expliciet van afgezien worden.

7 december 2018 14:37